Terug naar alle artikelen

ERE’s zijn niet uniek voor Nederland: zo wordt elektrisch laden in Europa beloond

ERE’s zijn de Nederlandse uitwerking van een bredere Europese aanpak om vervoer te verduurzamen. Ook Duitsland en België gebruiken systemen waarin elektriciteit voor elektrische voertuigen financiële waarde krijgt. Lees hoe deze regelingen werken en hoe Laadpremie kan helpen bij vragen over Nederland, Duitsland en België.

· Bijgewerkt op

ERE’s zijn niet uniek voor Nederland: ook andere Europese landen belonen elektrisch laden

Wie in Nederland thuis een elektrische auto oplaadt, kan sinds 2026 via een inboekdienstverlener profiteren van ERE’s. Daardoor kan het lijken alsof Nederland een volledig eigen regeling heeft bedacht om elektrisch laden te belonen.

Dat beeld klopt maar gedeeltelijk. De naam emissiereductie-eenheid, afgekort ERE, is Nederlands. Het onderliggende principe komt echter voort uit Europese wetgeving. Ook andere Europese landen gebruiken systemen waarin hernieuwbare energie voor vervoer, waaronder elektriciteit voor elektrische auto’s, een financiële waarde krijgt.

De Europese basis achter ERE’s

De Europese Unie verplicht lidstaten om het gebruik van hernieuwbare energie in vervoer te vergroten en de uitstoot van de vervoerssector te verminderen. Deze doelstellingen zijn onder andere vastgelegd in de Europese Richtlijn hernieuwbare energie, beter bekend als RED III.

Iedere lidstaat verwerkt deze Europese doelstellingen vervolgens in eigen wet- en regelgeving. Daardoor werken de nationale systemen volgens een vergelijkbaar uitgangspunt, maar verschillen onder andere:

  • de naam van de eenheden;

  • de wijze van registreren;

  • de voorwaarden voor laadpalen;

  • de berekening van het laadverbruik;

  • en de partijen die mogen deelnemen.

Nederland gebruikt sinds 2026 ERE’s. Duitsland werkt met de THG-Quote en België met hernieuwbare energie-eenheden, ook wel HEE’s genoemd.

Hoe werkt het Nederlandse ERE-systeem?

Nederland heeft de Europese vervoersdoelstellingen uitgewerkt in de brandstoftransitieverplichting. Leveranciers van onder andere benzine en diesel moeten de broeikasgasuitstoot van hun brandstoffen jaarlijks verminderen.

Om aan die verplichting te voldoen, moeten zij voldoende ERE’s bezitten. Eén Nederlandse ERE staat voor één kilogram CO₂-equivalente emissiereductie ten opzichte van een Europese fossiele referentiewaarde. Brandstofleveranciers kunnen zelf ERE’s creëren of deze kopen van andere marktpartijen.

Elektriciteit die aantoonbaar aan elektrische voertuigen wordt geleverd, kan onder voorwaarden worden geregistreerd. De daarvoor verkregen eenheden worden aangeduid als ERE-E, waarbij de E staat voor elektriciteit.

Sinds 2026 kunnen ook particulieren hun thuis geladen elektriciteit laten registreren. Zij kunnen dit niet zelfstandig doen, maar uitsluitend via een inboekdienstverlener zoals Laadpremie. De inboekdienstverlener registreert de geschikte laadgegevens, ontvangt de ERE’s en kan de opbrengst na verkoop met de consument delen.

Duitsland werkt al langer met de THG-Quote

In Duitsland bestaat een vergelijkbaar systeem onder de naam Treibhausgasminderungsquote, meestal afgekort tot THG-Quote.

Duitse oliemaatschappijen zijn verplicht de broeikasgasuitstoot van de door hen verkochte brandstoffen te verminderen. Elektriciteit die voor elektrische voertuigen wordt gebruikt, kan hiervoor meetellen. Het Duitse Umweltbundesamt beoordeelt de aanvragen en geeft verklaringen af voor de elektriciteit en de bijbehorende CO₂-equivalenten. Deze waarde kan vervolgens worden overgedragen aan ondernemingen met een THG-verplichting.

Het Duitse systeem verschilt wel van Nederland. Voor niet-openbaar laden wordt bij volledig elektrische voertuigen onder voorwaarden gewerkt met een jaarlijks forfaitair geschatte hoeveelheid elektriciteit per voertuig. Bij openbare laadpunten wordt gekeken naar de daadwerkelijk geleverde elektriciteit.

De uitbreiding van het Duitse systeem voor elektrisch vervoer trad op 1 januari 2022 in werking. In 2025 werd volgens het Umweltbundesamt circa 5.192 GWh elektriciteit gecertificeerd. Daarvan was ongeveer 2.049 GWh afkomstig van openbare laadpunten en circa 3.143 GWh gekoppeld aan het forfait voor niet-openbaar geladen elektrische voertuigen.

Duitsland laat daarmee zien dat het financieel waarderen van elektrisch rijden binnen een brandstofverplichting geen uitsluitend Nederlands verschijnsel is.

Ook België heeft energie-eenheden voor elektrisch vervoer

België gebruikt een register voor hernieuwbare energie in het wegtransport. Oliemaatschappijen en leveranciers van gasvormige brandstoffen rapporteren daarin hun brandstofvolumes en ontvangen hernieuwbare energie-eenheden voor geschikte hernieuwbare energie.

Deze eenheden kunnen worden gebruikt om aan wettelijke transportdoelstellingen te voldoen. Bedrijven die een tekort hebben, kunnen eenheden overnemen van andere marktpartijen. Ook exploitanten van laadinfrastructuur voor weg- en spoorvervoer kunnen elektriciteit registreren en de verkregen eenheden overdragen. Het Belgische register is op 1 januari 2024 in werking getreden.

Voor elektriciteit gebruikt België eenheden van categorie F, ook wel HEE-F genoemd. Volgens het officiële Belgische voortgangsrapport konden exploitanten in 2024 eenheden creëren voor elektriciteit die via laadinfrastructuur aan vervoer werd geleverd. Eind 2024 waren 55 exploitanten van laadinfrastructuur in het register opgenomen.

De Belgische voorwaarden zijn niet gelijk aan die in Nederland. In het officiële rapport over 2024 staat bijvoorbeeld dat op dat moment nog geen HEE’s werden toegekend voor elektriciteit via private laadpunten. In Nederland kunnen geschikte particuliere thuislaadpunten sinds 2026 juist wel via een inboekdienstverlener deelnemen.

Verschillende namen, hetzelfde basisprincipe

De nationale systemen zijn niet identiek, maar volgen grotendeels hetzelfde economische principe:

LandNaam van het systeemElektrisch laden kan meetellen?NederlandERE / ERE-EJa, inclusief geschikte particuliere thuislaadpuntenDuitslandTHG-QuoteJa, via openbare laadpunten en een forfait per volledig elektrisch voertuigBelgiëHEE / HEE-FJa, onder andere via geregistreerde laadinfrastructuur

In alle drie de landen ontstaat de financiële waarde doordat leveranciers van fossiele brandstoffen een wettelijke verduurzamings- of emissiereductieverplichting hebben. Elektriciteit voor elektrische voertuigen helpt bij het behalen van die verplichting.

Het gaat dus niet om gratis geld dat door de overheid wordt uitgekeerd. Het zijn marktsystemen waarin aantoonbare hernieuwbare energie of emissiereductie wordt geregistreerd en vervolgens kan worden verhandeld. De Nederlandse Emissieautoriteit benadrukt daarom ook dat ERE’s geen subsidie zijn en dat de marktprijs niet vaststaat.

Kunnen de certificaten tussen landen worden uitgewisseld?

De Europese doelstellingen zijn gezamenlijk, maar de registers en eenheden zijn nationaal ingericht.

Een Nederlandse ERE is daarom niet hetzelfde als een Duitse THG-verklaring of een Belgische HEE. Elektriciteit die bij een Nederlandse woning aan een elektrische auto wordt geleverd, moet volgens de Nederlandse voorwaarden worden geregistreerd in het Nederlandse Register Energie voor Vervoer.

De Europese richtlijn vormt de gezamenlijke basis, maar ieder land bepaalt binnen het Europese kader zijn eigen registratievoorwaarden, verantwoordelijke instanties en uitvoeringsmethode. Dat verklaart waarom een consument in Duitsland op basis van het bezit van een volledig elektrische auto kan deelnemen, terwijl een Nederlandse consument het daadwerkelijk gemeten verbruik van een geschikte thuislaadpaal moet aantonen.

Wat zegt dit over de zekerheid van de Nederlandse regeling?

Dat meerdere Europese landen vergelijkbare systemen gebruiken, laat zien dat het Nederlandse ERE-systeem geen losstaand experiment is. Het maakt deel uit van een bredere Europese aanpak om de vervoerssector te verduurzamen en het gebruik van elektriciteit en andere hernieuwbare energiebronnen aantrekkelijker te maken.

Dit geeft een stevige basis aan het systeem, maar betekent niet dat alle voorwaarden en vergoedingen altijd hetzelfde blijven. Overheden kunnen onder andere de volgende onderdelen aanpassen:

  • de berekening van de emissiereductie;

  • het hernieuwbare aandeel van elektriciteit;

  • de technische eisen aan laadpunten;

  • de groepen die mogen deelnemen;

  • en de hoogte van de verplichtingen voor brandstofleveranciers.

Ook de vergoeding per geladen kilowattuur is niet wettelijk vastgelegd. Deze wordt bepaald door de hoeveelheid gecreëerde eenheden, de vraag van brandstofleveranciers en de uiteindelijke marktprijs.

De zekerheid zit daarom vooral in het wettelijke Europese en nationale systeem. De exacte jaarlijkse opbrengst blijft marktgedreven.

Nederland loopt voorop met thuisladen

Nederland heeft ervoor gekozen om vanaf 2026 ook particuliere thuisladers toegang te geven tot het systeem. Een consument kan dat uitsluitend via een inboekdienstverlener regelen.

Daarbij moet onder andere worden aangetoond dat:

  • de laadpaal op het woonadres aanwezig is;

  • de elektriciteitsaansluiting op naam van de deelnemer staat;

  • de laadpaal een geschikte meetvoorziening heeft;

  • en de geladen elektriciteit betrouwbaar aan elektrisch vervoer kan worden toegerekend.

Laadpremie controleert deze gegevens, verzamelt de laaddata en verzorgt de registratie en verkoop van de ERE’s. Zo kunnen Nederlandse thuisladers profiteren van een Europese ontwikkeling die in verschillende landen op een eigen manier wordt uitgevoerd.

Elektrisch laden krijgt in heel Europa steeds meer waarde

Nederland noemt de eenheden ERE’s, Duitsland spreekt over de THG-Quote en België gebruikt HEE’s. De namen en voorwaarden verschillen, maar het uitgangspunt is vergelijkbaar: elektriciteit voor vervoer vermindert het gebruik van fossiele brandstoffen en krijgt daardoor een financiële waarde.

De Nederlandse ERE-regeling staat dus niet op zichzelf. Zij maakt deel uit van een bredere Europese ontwikkeling waarbij leveranciers van fossiele brandstoffen bijdragen aan de verduurzaming van vervoer.

Laadt u thuis een elektrische auto? Meld uw laadpaal aan bij Laadpremie en laat controleren of uw geladen elektriciteit voor ERE’s in aanmerking komt. Heeft u zakelijke laadpunten of vragen over de mogelijkheden in Duitsland of België? Ook dan helpt Laadpremie u graag verder.

Wat levert jouw laadpaal op?

Reken het uit met je kilometers of je laadverbruik, en meld je in een paar minuten aan.