Terug naar alle artikelen

Hoe lang bestaat de ERE-regeling en hoe zeker is deze voor consumenten?

ERE’s bestaan sinds 2026, maar het wettelijke handelssysteem achter de regeling wordt in Nederland al meer dan tien jaar gebruikt. Lees waarom de ERE-regeling geen tijdelijke subsidie is, welke wettelijke basis er tot 2030 bestaat en welke onderdelen van de vergoeding wel en niet zeker zijn.

· Bijgewerkt op

Is de ERE-regeling een tijdelijke subsidie?

Nee. ERE’s zijn geen tijdelijke subsidie en de vergoeding komt niet uit een subsidiepot met een vooraf vastgesteld budget.

Brandstofleveranciers die benzine, diesel en andere brandstoffen aan vervoer leveren, hebben een wettelijke brandstoftransitieverplichting. Zij moeten de broeikasgasuitstoot van hun brandstoffen jaarlijks verminderen en daarvoor voldoende ERE’s inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit.

Brandstofleveranciers kunnen ERE’s zelf creëren door hernieuwbare energie te leveren, maar zij kunnen deze ook kopen van andere marktpartijen. Daardoor ontstaat vraag naar ERE’s die onder andere met elektriciteit voor elektrische voertuigen worden gecreëerd.

De vergoeding voor thuisladen wordt dus uiteindelijk mogelijk gemaakt door:

  • een wettelijke verplichting voor brandstofleveranciers;

  • de registratie van aantoonbare CO₂-reductie;

  • en de verkoop van de gecreëerde ERE’s.

Dat maakt de ERE-systematiek fundamenteel anders dan een tijdelijke aanschafsubsidie voor een elektrische auto of laadpaal.

Hoe zeker is de regeling tot 2030?

De Nederlandse brandstoftransitieverplichting is onderdeel van de uitvoering van de Europese Richtlijn hernieuwbare energie, RED III. Voor de periode 2026 tot en met 2030 zijn verplichtingen vastgesteld waarmee brandstofleveranciers hun uitstoot stapsgewijs moeten verminderen. Voor 2030 geldt als algemene doelstelling minimaal 14,5% vermindering van de broeikasgasuitstoot van brandstoffen in vervoer.

Dit biedt een duidelijke wettelijke en beleidsmatige basis voor de ERE-markt tot en met 2030. Brandstofleveranciers moeten ieder jaar hun leveringen registreren en voldoende ERE’s op hun rekening hebben om aan hun verplichting te voldoen.

Voor consumenten betekent dit dat de mogelijkheid om laadverbruik via een inboekdienstverlener te registreren niet is gebaseerd op een tijdelijke commerciële actie van Laadpremie. De mogelijkheid is opgenomen in de officiële regels voor het Register Energie voor Vervoer.

Wet- en regelgeving kan in de toekomst natuurlijk worden aangepast. Daarom kan niemand met volledige zekerheid garanderen dat alle voorwaarden na 2030 ongewijzigd blijven. Binnen de huidige wettelijke periode bestaat echter een duidelijke basis voor de regeling.

Is ook de vergoeding per kWh zeker?

De wettelijke regeling is relatief stevig, maar de exacte vergoeding per geladen kilowattuur staat niet vast.

De prijs van ERE’s wordt bepaald door vraag en aanbod. De vraag hangt onder andere samen met de wettelijke verplichtingen van brandstofleveranciers. Het aanbod wordt bepaald door de hoeveelheid hernieuwbare energie en emissiereductie die marktpartijen registreren.

De Nederlandse Emissieautoriteit benadrukt daarom dat er geen wettelijk vastgestelde prijs per ERE of per geladen kWh bestaat. De opbrengst kan van jaar tot jaar en gedurende het jaar veranderen.

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen:

Zekerheid over het systeem
De regeling heeft een wettelijke basis en brandstofleveranciers hebben jaarlijks ERE’s nodig.

Zekerheid over deelname
Je moet aan de voorwaarden voldoen, onder andere op het gebied van de laadpaal, meetvoorziening, aansluiting, machtiging en beschikbare laadgegevens.

Zekerheid over de opbrengst
De uiteindelijke vergoeding is afhankelijk van het aantal goedgekeurde kilowatturen, de hoeveelheid gecreëerde ERE’s, de marktprijs en de afspraken met de inboekdienstverlener.

Een vooraf genoemde vergoeding per kWh moet daarom altijd als een indicatie worden beschouwd en niet als een wettelijk gegarandeerd tarief.

Wie controleert de ERE-regeling?

De Nederlandse Emissieautoriteit beheert het Register Energie voor Vervoer en houdt toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving.

Inboekdienstverleners moeten aan voorwaarden voldoen voordat zij elektriciteit van consumenten mogen registreren. Zij moeten onder andere voldoende machtigingen of laadvolume vertegenwoordigen, een correcte administratie voeren en jaarlijks hun inboekingen laten verifiëren. De inboekdienstverlener is verantwoordelijk voor de juistheid van de registratie.

Dit betekent dat niet zomaar iedere partij laadverbruik kan verzamelen en daar ERE’s voor kan claimen. Het laadverbruik moet aantoonbaar aan vervoer zijn geleverd en de registratie moet controleerbaar zijn.

Wanneer kom je als consument in aanmerking?

De wettelijke basis van de regeling betekent niet dat iedere thuislader automatisch recht heeft op een vergoeding.

Voor deelname moet onder andere kunnen worden aangetoond dat:

  • de elektriciteit daadwerkelijk aan een elektrisch voertuig is geleverd;

  • de elektriciteitsaansluiting en het laadadres correct zijn geregistreerd;

  • het laadverbruik betrouwbaar wordt gemeten;

  • de laadpaal en meter aan de toepasselijke voorwaarden voldoen;

  • de laadgegevens volledig en controleerbaar zijn;

  • en de consument een inboekdienstverlener schriftelijk heeft gemachtigd.

Laadpremie controleert daarom eerst het adres en de elektriciteitsaansluiting. Vervolgens wordt beoordeeld of de laadpaal en de beschikbare laadgegevens geschikt zijn.

Wat gebeurt er wanneer regels veranderen?

De overheid kan percentages, technische voorwaarden en administratieve eisen aanpassen. Dat gebeurt vaker binnen gereguleerde energiemarkten. De overgang van HBE’s naar ERE’s in 2026 is daar een voorbeeld van.

De overgang laat tegelijkertijd zien dat het onderliggende systeem niet simpelweg is beëindigd. Het is aangepast aan nieuwe Europese klimaatdoelstellingen en uitgebreid naar een systeem dat rechtstreeks op CO₂-reductie stuurt. Ook de bestaande eenheden en het register zijn via overgangsregels in het nieuwe systeem verwerkt.

Dat biedt geen absolute garantie voor ieder toekomstig jaar, maar laat wel zien dat Nederland het marktmechanisme voor verduurzaming van vervoer structureel inzet.

Wat betekent dit voor jou?

Voor consumenten bestaat de mogelijkheid om met thuisladen te verdienen pas sinds 2026. Je stapt dus in een nieuw onderdeel van de regeling, maar niet in een volledig nieuw of onbeproefd systeem.

De belangrijkste zekerheden zijn:

  • de regeling is gebaseerd op Nederlandse en Europese wetgeving;

  • de markt heeft een voorgeschiedenis van meer dan tien jaar;

  • brandstofleveranciers hebben een jaarlijkse wettelijke verplichting;

  • de Nederlandse Emissieautoriteit beheert het register en houdt toezicht;

  • en voor de periode tot en met 2030 is een duidelijk wettelijk kader vastgesteld.

De belangrijkste onzekerheid is niet of er een wettelijk systeem bestaat, maar hoeveel de ERE’s uiteindelijk opbrengen. De marktprijs en daarmee de vergoeding per kWh kunnen fluctueren.

Laadpremie verzorgt de registratie

Als consument hoef je geen eigen rekening in het Register Energie voor Vervoer te openen. Laadpremie controleert je aanmelding, verzamelt de benodigde laadgegevens, verzorgt de registratie en verkoopt de gecreëerde ERE’s.

Zo kun je profiteren van een wettelijk marktmechanisme zonder zelf de technische administratie en jaarlijkse verificatie te hoeven organiseren.

Meld je laadpaal aan bij Laadpremie en laat controleren of jouw thuis geladen kilowatturen voor de ERE-regeling in aanmerking komen.

Wat levert jouw laadpaal op?

Reken het uit met je kilometers of je laadverbruik, en meld je in een paar minuten aan.