Terug naar alle artikelen

Wie betaalt voor ERE’s? En is het een subsidie van de overheid?

ERE’s zijn geen overheidssubsidie. Brandstofleveranciers moeten wettelijk hun uitstoot verminderen en kunnen daarvoor ERE’s kopen. De kosten van deze verduurzamingsverplichting kunnen worden verwerkt in de prijs van benzine en diesel. Zo betaalt fossiel vervoer uiteindelijk mede voor de verduurzaming van vervoer, terwijl elektrisch laden juist financiële waarde kan opleveren.

Wie betaalt eigenlijk voor jouw ERE’s? Is het een subsidie van de overheid?

Als je via Laadpremie een vergoeding ontvangt voor het thuisladen van je elektrische auto, is een logische vraag: waar komt dat geld eigenlijk vandaan?

Betaalt de overheid jouw laadpremie? Komt het uit een subsidiepot? Of betaalt iemand anders ervoor?

Het korte antwoord is:

ERE’s zijn geen subsidie van de overheid. De waarde wordt uiteindelijk betaald vanuit de brandstofmarkt. Leveranciers van fossiele brandstoffen moeten verduurzamen en kunnen daarvoor ERE’s kopen. De kosten daarvan kunnen zij verwerken in de prijs van benzine en diesel.

Daarmee betalen gebruikers van fossiele brandstoffen uiteindelijk mede voor de verduurzaming van vervoer, terwijl elektrisch laden juist financiële waarde kan opleveren.

Waarom moeten brandstofleveranciers ERE’s hebben?

Bedrijven die grote hoeveelheden benzine, diesel en andere brandstoffen voor vervoer op de Nederlandse markt brengen, hebben een wettelijke verplichting om de CO₂-uitstoot van hun brandstoffen te verminderen.

Dat heet de brandstoftransitieverplichting.

Ieder jaar wordt berekend hoeveel emissiereductie een brandstofleverancier moet realiseren. Die verplichting wordt uitgedrukt in emissiereductie-eenheden, oftewel ERE’s.

Eén ERE vertegenwoordigt één kilogram CO₂-equivalente emissiereductie ten opzichte van de vastgestelde fossiele referentie.

Brandstofleveranciers moeten uiteindelijk voldoende ERE’s hebben om aan hun wettelijke verplichting te voldoen.

Hoe komen brandstofleveranciers aan ERE’s?

Een brandstofleverancier kan op verschillende manieren aan zijn verplichting voldoen.

Het bedrijf kan bijvoorbeeld zelf hernieuwbare brandstoffen inzetten en daarmee ERE’s creëren.

Maar het kan ook ERE’s kopen van andere partijen die aantoonbaar emissiereductie hebben gerealiseerd.

En daar komt elektrisch rijden in beeld.

Elektriciteit die aantoonbaar aan elektrische voertuigen wordt geleverd, kan onder voorwaarden ERE’s opleveren.

Die ERE’s hebben waarde, omdat brandstofleveranciers ze nodig kunnen hebben om aan hun wettelijke verplichting te voldoen.

Wie betaalt de ERE’s uiteindelijk?

De eerste koper is dus niet de overheid, maar een marktpartij met een verduurzamingsverplichting.

Brandstofleveranciers maken kosten om aan deze verplichting te voldoen. Zij kunnen bijvoorbeeld:

  • duurdere hernieuwbare brandstoffen inkopen;

  • zelf ERE’s creëren;

  • of ERE’s van andere partijen kopen.

Net als andere kosten van een brandstofleverancier kunnen deze verduurzamingskosten worden verwerkt in de verkoopprijs van benzine en diesel.

Daarom kun je het eenvoudig zo uitleggen:

De fossiele rijder betaalt via de brandstofprijs mee aan de verduurzaming van vervoer. Een deel van die waarde kan via ERE’s terechtkomen bij mensen en bedrijven die juist duurzame energie aan vervoer leveren.

Er staat op het tankbonnetje dus niet apart:

“ERE-kosten: €0,03 per liter”

Het is onderdeel van de totale kosten waarmee een brandstofleverancier rekening houdt bij het bepalen van zijn verkoopprijs.

Van de benzinepomp naar jouw laadpaal

Vereenvoudigd ziet de keten er zo uit:

Automobilisten tanken benzine en diesel

↓

Brandstofleveranciers ontvangen inkomsten uit de verkoop van fossiele brandstoffen

↓

Brandstofleveranciers hebben een wettelijke verplichting om de uitstoot van die brandstoffen te verminderen

↓

Daarvoor hebben zij ERE’s nodig

↓

Zij creëren zelf ERE’s of kopen ze op de markt

↓

Laadpremie verkoopt ERE’s die onder andere zijn ontstaan uit elektrisch thuisladen

↓

Laadpremie keert de gerealiseerde opbrengst uit aan haar deelnemers

Je kunt daarom in economische zin zeggen dat een deel van de kosten van verduurzaming bij de fossiele brandstofgebruiker terechtkomt en een deel van de waarde terecht kan komen bij duurzame vervoersoplossingen zoals elektrisch rijden.

Jouw thuislaadpaal creëert dus waarde

Sinds 2026 kunnen ook particulieren deelnemen aan het ERE-systeem.

Dat kan niet rechtstreeks bij de Nederlandse Emissieautoriteit. Een particulier doet dit via een inboekdienstverlener.

Laadpremie is zo’n inboekdienstverlener.

Wij verzamelen en controleren het geschikte laadverbruik van onze deelnemers en registreren dit in het Register Energie voor Vervoer.

Voor de goedgekeurde emissiereductie ontstaan ERE’s.

Laadpremie verkoopt deze ERE’s vervolgens op de markt en keert de gerealiseerde opbrengst uit aan haar deelnemers.

Is het dan helemaal geen overheidsgeld?

Nee.

De overheid betaalt jouw laadpremie niet.

Er bestaat geen subsidiepot waar Laadpremie voor iedere geladen kilowattuur geld uit ontvangt.

De overheid heeft een andere rol: zij heeft via wetgeving bepaald dat brandstofleveranciers hun uitstoot moeten verminderen.

De Nederlandse Emissieautoriteit beheert het systeem, controleert de registraties en ziet erop toe dat brandstofleveranciers aan hun verplichtingen voldoen.

Maar de overheid bepaalt niet hoeveel euro een ERE waard is en betaalt jouw vergoeding niet uit.

Waarom is dit anders dan een subsidie?

Bij een subsidie stelt de overheid meestal een bepaald bedrag of budget beschikbaar.

Bij ERE’s werkt het anders.

Eerst moet daadwerkelijk een duurzame prestatie plaatsvinden. In het geval van Laadpremie is dat het aantoonbaar leveren van elektriciteit aan elektrisch vervoer.

Daarna kan de emissiereductie worden geregistreerd en ontstaan verhandelbare ERE’s.

Vervolgens moeten die ERE’s nog worden verkocht.

De prijs wordt dus bepaald door de markt.

Er is geen gegarandeerde overheidsprijs per ERE en ook geen subsidiepot die op een bepaald moment “leeg” kan zijn.

Waarom willen brandstofleveranciers ervoor betalen?

Omdat zij een wettelijke verplichting hebben.

Een brandstofleverancier kijkt voortdurend naar de kosten van verschillende manieren om zijn uitstoot te verminderen.

Bijvoorbeeld:

Optie 1: zelf meer hernieuwbare brandstof inzetten.

Optie 2: ERE’s kopen die door andere partijen zijn gecreëerd.

Als het goedkoper of praktischer is om ERE’s te kopen, zal een brandstofleverancier daarvoor kiezen.

Hierdoor ontstaat vraag naar ERE’s.

Hoe groot die vraag is en hoeveel aanbod er beschikbaar is, heeft vervolgens invloed op de prijs.

Betalen benzine- en dieselrijders dan voor elektrische rijders?

In eenvoudige bewoordingen: indirect wel.

Brandstofleveranciers hebben vanwege de verkoop van fossiele brandstoffen een wettelijke verduurzamingsverplichting. De kosten om daaraan te voldoen worden onderdeel van hun totale bedrijfskosten en kunnen in de pompprijs worden verwerkt.

Daartegenover ontstaat financiële waarde voor partijen die aantoonbaar bijdragen aan emissiereductie in vervoer.

Elektrisch rijden is daar één van.

Het systeem is dus bewust zo ingericht dat:

fossiel vervoer kosten krijgt voor verduurzaming, terwijl duurzamere vervoersvormen financiële waarde kunnen creëren.

Dat betekent niet dat jouw ERE-vergoeding rechtstreeks afkomstig is van precies de automobilist die gisteren naast je bij het tankstation stond.

Het geld loopt via de brandstofmarkt en de handel in ERE’s.

Maar uiteindelijk wordt het systeem wel gefinancierd vanuit de partijen die fossiele brandstoffen op de Nederlandse vervoersmarkt brengen.

Is de vergoeding per kWh dan gegarandeerd?

Nee.

De verplichting van brandstofleveranciers is wettelijk geregeld, maar de marktprijs van ERE’s is niet vastgelegd.

De vergoeding kan veranderen door onder andere:

  • vraag en aanbod van ERE’s;

  • de hoogte van de wettelijke verduurzamingsverplichting;

  • de prijs van fossiele brandstoffen;

  • de prijs van biobrandstoffen en andere duurzame alternatieven;

  • en het beschikbare aanbod van duurzame energie voor vervoer.

Daarom communiceert Laadpremie een indicatieve vergoeding en geen door de overheid gegarandeerd tarief.

Waarom geeft dat toch een sterke basis?

De ERE-markt ontstaat niet alleen omdat partijen vrijwillig interesse hebben in duurzame certificaten.

Er zit een wettelijke verplichting achter.

Brandstofleveranciers moeten jaarlijks voldoende emissiereductie realiseren en voldoende ERE’s hebben om aan hun verplichting te voldoen.

Dat betekent dat de vraag naar ERE’s wordt ondersteund door wetgeving.

De exacte marktprijs kan veranderen, maar het systeem zelf is daarmee fundamenteel anders dan een tijdelijke kortingsactie of vrijwillig duurzaamheidsprogramma.

Wat doet Laadpremie?

Laadpremie is een inboekdienstverlener.

Wij zorgen ervoor dat geschikte particuliere thuisladers kunnen deelnemen aan de ERE-markt.

Laadpremie verzorgt onder andere:

  • de controle van je elektriciteitsaansluiting;

  • de controle van je laadpaal en meetvoorziening;

  • het verzamelen en controleren van je laadgegevens;

  • de benodigde verificatie;

  • het registreren van de elektriciteit;

  • het creëren en verkopen van de ERE’s;

  • en de uitbetaling van jouw laadpremie.

Je hoeft dus zelf geen ERE’s te creëren, kopers te zoeken of contact op te nemen met brandstofleveranciers.

Dus: wie betaalt jouw laadpremie?

Niet de overheid.

De overheid bepaalt de regels en verplicht brandstofleveranciers om hun uitstoot te verminderen.

Brandstofleveranciers moeten vervolgens kosten maken om aan deze verplichting te voldoen, bijvoorbeeld door ERE’s te kopen. Die kosten kunnen zij verwerken in de prijs van benzine en diesel.

Daarmee betaalt de gebruiker van fossiele brandstoffen uiteindelijk mede voor de verduurzaming van het vervoer.

Tegelijkertijd kan de elektriciteit die jij thuis aan een elektrische auto levert juist financiële waarde creëren.

Rijd je elektrisch en laad je thuis? Meld je laadpaal aan bij Laadpremie en laat controleren of jouw geladen kilowatturen in aanmerking komen voor ERE’s.

Wat levert jouw laadpaal op?

Reken het uit met je kilometers of je laadverbruik, en meld je in een paar minuten aan.